Interview met Jolande Withuis

Je hebt een heel persoonlijk en ‘klein’ boek geschreven, zeker gezien de rest van je oeuvre, bijvoorbeeld de biografieën van Pim Boellaard en Juliana. Wat bracht je ertoe dit boek te schrijven?

Ja, dit is voor mij nieuw – de maat maar ook het genre. Het is sterk autobiografisch. Raadselvader is een boek dat ik móest schrijven. De dood van mijn vader, in 2009, trof me harder dan ik had verwacht. Ik besefte natuurlijk al lang dat ik veel over hem niet wist, maar toen was dat onherstelbaar. Meteen na zijn dood ben ik op onderzoek gegaan en heb ik zijn BVD-dossier opgevraagd. Ik heb ook vrij snel een poging tot schrijven gedaan maar dat werd niks. Het was nog te emotioneel.

Je hebt je vader tot op hoge leeftijd meegemaakt, maar hij liet zich nauwelijks kennen, zo beschrijf je in het boek – vandaar ook de titel. Heeft het boek je geholpen dichter bij hem te komen, hem beter te leren kennen?

Zeker. Schrijven is voor mij geen therapie, geen uitstorting van gevoelens. Het is mijn manier om zaken te ordenen en te overdenken. Pas als de heftigste emoties zijn bedaard kan ik erover schrijven en dat vormt dan tegelijk een soort noodzakelijke afsluiting. Ik heb nieuwe feiten ontdekt en door het zoeken naar de juiste formulering, de goede woorden, ben ik hem, en ook mijzelf in verhouding tot hem, beter gaan begrijpen.

Welke plaats nam in jullie gezin die andere oorlog, de Tweede Wereldoorlog, in?

Alles draaide om de oorlog. Maar wat mijn vader zelf had gedaan of meegemaakt wist ik niet. Dat was onbespreekbaar. Wij deden direct de tv uit als er Duits werd gesproken of als het geluid van bommen te horen was; dat verdroeg hij niet.

Mijn vader was in allerlei opzichten heel modern; hij wilde mij en mijn broer geen levenslessen opdringen. Onbedoeld deed hij dat natuurlijk toch. Ik begin het boek met een advies dat andere mensen bizar in de oren zal klinken: ‘Zorg dat je in een café altijd met je gezicht naar de ingang gaat zitten en een tweede uitgang weet. Dan zie je wie er binnenkomt, kun je altijd wegkomen en kunnen ze je niet onverhoeds in je rug schieten.’

Kun je een voorval of een paar voorbeelden noemen die tekenend zijn voor jouw (communistische) jeugd?

Het bepalende gevoel in mijn jeugd was: ‘wij zijn de vijand en wij horen niet tot de gewone wereld’. Mijn vader kreeg bijvoorbeeld lang geen paspoort.

In 1956, ten tijde van de Hongaarse opstand, toen Nederlandse communisten wegens hun steun aan de Sovjet-Unie fysiek werden aangevallen, mochten mijn broertje en ik opeens niet meer zonder begeleiding naar school lopen. We waren vijf en zeven.

Op school mocht ik niet vertellen dat mijn vader journalist was bij de communistische krant De Waarheid; dan zou de meester mij niet goed behandelen. Die reden hoefden ze me niet uit te leggen; die begreep ik wel.

Het einde van het boek is erg ontroerend, je beschrijft de laatste dagen van je vader. Zijn er vragen die zich aan je opdrongen tijdens het schrijven van dit boek die je hem heel graag had willen stellen?

Ja, maar ik zou ze nooit hebben gesteld. Intimiteit was taboe. Ik zou heel graag willen weten hoe hij uiteindelijk terugkeek op zijn levensovertuiging. En natuurlijk of hij gelukkig is geweest.

Maart 2018. Interview met Jolande Withuis voor Blz. Boekenweekfolder 2018

Waarom Blz.
Boekbestellingen vanaf € 15,- GRATIS thuisbezorgd.
Kies uit meer dan een miljoen artikelen, waaronder ruim 25.000 Nederlandse ebooks.
Thuis bestellen en bezorgen of afhalen en betalen in de boekhandel.
Ruim 85.000 boeken op werkdagen voor 23.00 besteld, de volgende dag bezorgd
Volg uw bestelling via Track & Trace van PostNL
Bijna 100 aangesloten kwaliteitsboekhandels.
pro-mbookslibr2 : blz